
Nu de digitale wereld steeds verder in opmars is, zijn persoonsgegevens gewilde items. Onze eigen persoonsgegevens delen we inmiddels veelal dagelijks online met onze vrienden, relaties en bedrijven. De enorme hoeveelheid data waaruit deze wereld bestaat, is van grote waarde voor bedrijven. Iedere Nederlander komt bijvoorbeeld voor in gemiddeld 1.500 databestanden.
De vraag is in hoeverre we onze persoonlijke voorkeuren en andere data prijs willen geven en hoe we daarover controle kunnen houden?
Bedrijven als Google, Facebook en Twitter zijn met hun vergaande inzage in onze voorkeuren en data, zeer machtige partijen en liggen al geruime tijd onder vuur. Google kreeg vrij recentelijk nog kritiek op haar nieuwe privacybeleid. Gebruikers die bij Google zijn ingelogd geven automatisch toestemming voor het gebruik van hun gegevens. Deze gebruikersgegevens worden door Google uit meerdere Google diensten vergaard en gecombineerd om zo de relevantie van de zoekresultaten te verbeteren en voor het tonen van advertenties op maat. Informatie uit YouTube of Google+ wordt in de zoekresultaten van Google gebruikt. Privacybewakers en -organisaties in verschillende landen in Europa hebben hun zorgen geuit, waarop Google reageerde niets anders te doen dan andere grote technologiebedrijven.
Goudmijn
Het op deze manier verzamelen van persoonsgegevens is veelal in strijd met privacywetgeving, maar toch doen vele bedrijven het, van verzekeringsmaatschappijen tot targeted advertising services. Google staat hierin dus inderdaad niet alleen. Deze bedrijven begrijpen dat data de nieuwe valuta zijn. Immer, wanneer een bedrijf grote aantallen persoonsgegevens in handen heeft, is dat veel waard voor adverteerders en heeft het bedrijf een goudmijn in handen. Een voorbeeld is Facebook waarvan de waarde wordt geschat op meer dan 100 miljard USD en dat Azië als groeimarkt ziet om de eenvoudige reden dat daar meer mensen wonen, er dus nog meer data te verzamelen valt, en de privacywetgeving daar (nog) niet zo ontwikkeld is als in bijvoorbeeld de Europese Unie.
Het is niet ondenkbaar dat in de nabije toekomst de prijs die we voor een product of dienst betalen afhankelijk wordt van hoeveel persoonlijke gegevens we daarvoor willen blootgeven aan de leverancier. Hiermee is geld niet meer het enige ruilmiddel. Nu de Euro in verband met de financiële crisis onder druk ligt, en de Verenigde Staten US Dollars bijdrukt waardoor een hyperinflatie kan ontstaan, is data als betaalmiddel wellicht nog niet zo’n gekke oplossing.
Be in control
Het basisbesef moet zijn dat je eigen data van grote waarde is, en dus geld kan opleveren. Vraag is echter hoe je beheerder blijft van je eigen data. Nu al zie je bedrijven die daar op inspelen door een zogenaamde online data wallet aan te bieden; naast je burgerservicenummer is er nu je digitale servicenummer die de controle over jouw online sporen moet garanderen. Zal de macht van bedrijven door onbeperkte toegang tot onze data een halt worden toegeroepen en zullen mensen gaan beseffen welk goud ze in handen hebben? Wij houden deze trends nauwkeurig in de gaten, en wisselen graag met u van gedachten over die ontwikkelingen.
Arthur van der Wees is managing partner van Arthur’s Legal en investeerder in jonge bedrijven. Kijk voor meer informatie op: www.arthurslegal.com.
Dit blog is ook gepubliceerd op Webwereld.